Sinds 1998 aan de CPAP - Jan

Jan (65) kreeg in 1998 de diagnose slaapapneu en maakt inmiddels al 22 jaar gebruik van een CPAP apparaat. Destijds was hij 43 jaar en liep hij al jaren rond met extreme vermoeidheidsklachten en moest hij elke nacht braken van oververmoeidheid. Na een slaaponderzoek kwam er een AHI van 59 uit. Door de combinatie van zijn AHI en zijn klachten werd Jan gevraagd om mee te werken aan een symposium voor longartsen. De symptomen van slaapapneu waren destijds  nog tamelijk onbekend en dus was Jan een erg interessante casus voor het symposium.

Net op het nippertje

De klachten van Jan slopen er al een aantal jaar in, met als gevolg extreme vermoeidheidsklachten. Hij viel geregeld in slaap tijdens vergaderingen, bezoek van vrienden en tijdens het autorijden had hij de grootste moeite om wakker te blijven. Op het laatst was het zo erg dat Jan op weg van werk naar huis (van Amsterdam naar Deventer) 3 à 4 keer op een parkeerplaats moest stoppen om even te wandelen, zodat hij niet in slaap viel. Naast vermoeidheidsklachten, was het in slaap vallen zelf ook niet prettig. Hij voelde dat hij geen adem meer kreeg en had daardoor telkens het gevoel dat hij stikte. Hij had dan veel moeite om weer adem te krijgen en zijn ledematen voelde op zulke momenten ook verlamd. Dat waren angstige momenten. Jan moest ook vrijwel elke nacht braken, , dit zorgde ervoor dat hij flink wat onderzoeken heeft moeten doorstaan. Zo heeft hij onder andere maag-, lever- en darmonderzoeken moeten ondergaan. Achteraf bleek het braken door oververmoeidheid te komen.

Uiteindelijk werd Jan via het medische circuit, huisarts, KNO arts en longarts verwezen naar het LUMC Dekkerswald in Groesbeek. Daar kreeg hij een slaaponderzoek waaruit bleek dat hij zware slaapapneu had. De diagnose was rond 20 december en de behandeld arts zorgde ervoor dat Jan zo snel mogelijk een CPAP-apparaat kreeg, anders zou hij de kerstdagen waarschijnlijk niet eens overleefd hebben. Zijn lichaam was al helemaal gesloopt.

Therapie

Het CPAP-apparaat was een verademing voor Jan, letterlijk en figuurlijk. In het begin heeft hij wel wat problemen met het masker gehad. De druk van het masker zorgde ervoor dat het vel op zijn neusbrug kapot ging. Deze drukte hard waardoor het vel op zijn neusbrug kapot ging, maar door goede begeleiding, verzorging en ondersteuning van zijn vrouw was dat naar een paar weken voorbij. Hij wist ook dat hij niet zonder zijn CPAP-apparaat kon. Na een paar maanden voelde Jan zich alweer een stuk fitter en wat nog belangrijker was, de verstikkingservaringen waren weg en hij viel niet meer te pas en te onpas in slaap. 

Symposium voor slaapapneu

Slaapapneu was in 1998 nog niet zo bekend. Een paar maanden na de diagnose kreeg Jan een uitnodiging van zijn longarts om mee te werken aan een symposium. Zijn casus werd voorgedragen aan coassistenten en artsen in opleiding. Er zaten ongeveer 50 mensen in de zaal en de longarts schetste de klachten en verschijnselen van Jan. Hij vroeg de coassistenten en artsen in opleiding welke diagnose zij aan Jan zouden geven. De meeste antwoordde met een drugs- of drankverslaving. Er was één iemand die slaapapneu noemde. Jan had dus geluk dat hij uiteindelijk wel de juiste diagnose heeft gekregen.

Verschil van toen en nu

Gelukkig is er al veel verbeterd rondom OSA therapie. In het begin had Jan nog een apparaat wat veel lawaai maakte. Het leek volgens hem wel een generator, maar dat is bij de nieuwe modellen een stuk beter geworden. Ook de maskers zijn sterk verbeterd. In het begin moest hij een nieuw masker eerst in warm water leggen en dan op zijn gezicht drukken om de vorm er goed in te krijgen. Nu zijn het “plug en play” maskers vergeleken met toen. Inmiddels heeft Jan de afgelopen 22 jaar drie CPAP-apparaten opgebruikt. Zijn AHI is gedaald naar 0,5 en hij heeft vrijwel geen klachten meer.